
Niets is mooier te zien dan een stel jonge honden in de verse sneeuw. De meeste honden zijn er gek op. Bovendien levert het vaak mooie plaatjes op. Maar kan dit zo maar of is het verstandig enkele voorzorgsmaatregelen te nemen? In het onderstaande stuk geven we enkele tips waar u rekening mee dient te houden zodat sneeuwplezier geen nachtmerrie wordt.
Voorkom een zoutvergiftiging
Tijdens de winterperiode wordt er veel strooizout gebruikt om de wegen weer begaanbaar te maken. Ondanks dat men alleen de wegen strooit kunnen we niet voorkomen dat het zout ook op de stoep of op het gras beland. Als een hond te veel strooizout binnenkrijgt kan dat fatale gevolgen voor hem hebben. De honden zullen het zout niet zomaar van het wegdek af likken maar wel van zijn poten. De meeste honden likken hun poten schoon als ze terugkomen van een wandeling. Door dit likken kan ook het strooizout worden opgenomen in het lichaam. De hoeveelheid zout die een al hond fataal kan worden ligt tussen 1,9 en 3,7 gram zout per kg hond. De klachten kunnen tot 72 uur na inname beginnen. Denk hierbij aan braken of diarree. Hiermee kun je ook de conclusie trekken dat dit voor kleinere honden eerder schadelijk is dan voor grotere honden maar blijft dat voorkomen beter is dan genezen.
Controleer de poten van de hond
Een ander nadeel van strooizout dat het kan irriteren op eventuele wondjes die de hond heeft aan de poten. Om deze wondjes te beschermen is het verstandig de poten behandelen. Er zijn hier enkele producten voor in de handel te verkrijgen die wel een aanbeveling genieten boven de standaard vaseline of uierzalf. Deze zijn niet echt goed voor de gezondheid van de hond. Het kan wel maar dan dient u bij terugkomst van de wandeling de poten goed te reinigen zodat de hond bij het likken van de poten hier niets van binnen krijgt. Los van welke bescherming u gebruikt kan het sowieso geen kwaad even de poten schoon te maken om opname van zout te minimaliseren.
Een andere vervelende kwestie is het sneeuw en ijs wat tussen de poten is gaan klonteren. Dit levert zeker irritatie en pijn op bij de hond. Helemaal voorkomen kunnen we het niet maar we kunnen het wel tot een minimum beperken. Knip bijvoorbeeld de overtollige beharing tussen de poten weg. Het ijs kan zich dan ook minder snel gaan hechten eraan. Behandel de poten met een zalf of spray. Ook hiermee voorkom je veelal dat sneeuw en ijs zich zal gaan hechten aan de poten.

Hou het bij sneeuwplezier, geen ijspret
Een veel gemaakte fout is dat honden worden meegenomen op het ijs of dat ze vrij mogen lopen over het ijs. Het risico dat honden in een wak stappen is reëel aanwezig. En als je hond er al door heen zakt kunnen wij al helemaal niet op het ijs. Helpen wordt dan ook heel lastig. Temeer omdat veel honden niet meer zijn aangelijnd. Voorkom dit onnodige risico en laat hem niet spelen op een bevroren plas maar gewoon op vaste grond, de pret is er niet minder om. Laat honden ook gewoon aangelijnd, het is vaak ook gewoon een verplichting maar het geeft net dat beetje extra veiligheid. Een goed alternatief is gewoon een omheinde tuin of uitlaat plaats waar ze vrij mogen lopen.

Houdt uw hond droog zo voorkomt u onderkoeling
Veel honden hebben van nature een wintervacht. Dat wil zeggen als ze met regelmaat buiten zijn zal de vacht zich aanpassen aan de weersomstandigheden. Dit kunnen we goed zien bij kennelhonden. Honden die veelal voor de kachel liggen zullen dit minder hebben en daardoor dus ook sneller last hebben van vocht en kou. Zorg er daarom voor dat honden tijdens de winterpret niet door en door nat worden. Het gevaar schuilt hem erin dat als de honden wel nat zijn ze sneller zullen afkoelen dan wenselijk is. Onderkoeling is dan een gevaar. Voor de huishond die vooral voor de kachel ligt is het advies om niet te lang de hond in de sneeuw te laten spelen. Doe dit met een interval. 15 minuten spelen en dan weer een uurtje naar binnen om te weer droog te worden. Zo voorkomen we onderkoeling.

Niet voor alle honden is sneeuwplezier een feest
Niet alle honden houden van sneeuwpret. We zullen dus zeker moeten kijken of het ras wat we hebben opgewassen is tegen de lage temperaturen. Kleine hondenrassen hebben extra risico om onderkoeld te raken. Door het verhoudingsgewijs grote lichaamsoppervlakte zal deze sneller afkoelen dan bij de grote hondenrassen.
Daarnaast kijken we naar de conditie van de hond. Een pup heeft nog onvoldoende weerstand kunnen opbouwen en heeft daarnaast vaak ook nog niet de juiste vacht. Ook hebben niet alle honden een ondervacht of zeer weinig ondervacht. Deze honden hebben vaak ook een dunne vacht. Ook hebben we de atletisch gebouwde honden, deze hebben vaak minder vet op het bot zitten dus ook een minder goede bescherming. En tot slot zieke honden of oudere honden, deze hebben net zoals bij mensen, een mindere weerstand. Voor een oudere hond komt daar ook nog eens bij dat door de leeftijd ze wat minder stabiel zijn. Het risico dat ze uitglijden of ondersteboven worden gelopen door de jongere honden is er één die je niet zou moeten willen nemen.
Voeding van de hond aanpassen aan het jaargetijde
Kennel honden zullen in de koudere perioden van het jaar meer energie gaan verbruiken dan in een warme periode. Het zichzelf beschermen tegen de kou kost behoorlijk veel energie. Pas hier dan ook het voer op aan. Niet door hem te overvoeden maar door te kiezen voor een energierijk voer. Ligt jouw hond de hele dag voor de kachel? Dan zal hij in de winter niet veel extra energie nodig hebben om zichzelf warm te houden. Sterker nog waarschijnlijk kan het dan met minder voer af. In de winter periode zullen deze honden (en baasjes) ook minder actief zijn. Heeft de hond last van een droge huid, doe dan wat natuurlijke oliën over zijn voer heen. Dat voorkomt huidschilvers en gaat de droge huid tegen.
Veel (sneeuw) plezier



